Boekproject groep 4/5

‘Kapitein Kees’ van Anke Kranendonk

Voor het lezen

Laat de kinderen de kaft van het boek zien. Wat zien ze op de kaft. Wat zou de titel met de illustratie op de kaft te maken kunnen hebben? Waar zou dit boek over gaan?

Hoofdstuk 1, 2 en 3

Lees hoofdstuk 1, 2 en 3 voor.

De hond, Bas, is bang om in de boot te gaan. Hoe merk je dat? Wat doe jij als je ergens bang voor bent? Wat zou er allemaal in de maag van hond Bas zitten? Teken het.

Vergroot hiervoor de illustratie op blz. 11 met lege maag.

Hoofdstuk 4, 5 en 6

Lees hoofdstuk 4, 5 en 6 voor.

Waarom vraagt Kees aan de mevrouw een koekje voor Bas?

Laat de kinderen de dialoog tussen Kees en de mevrouw naspelen (blz. 26 – 28).

Dit kun je een paar keer herhalen met andere eigenschappen. Bijvoorbeeld:

Kees is nu heel verlegen, de mevrouw is boos, de mevrouw is overdreven aardig, Kees en de mevrouw praten niet, maar gebruiken gebaren.

Hoofdstuk 7, 8 en 9

Lees hoofdstuk 7, 8 en 9 voor.

Kringgesprek.

Kees vraagt zich af of de rivier ophoudt of dat hij altijd kan blijven doorvaren.

Heb jij weleens dat je denkt: wat zou er aan het eind van …………. zijn? Wanneer? Wat denk je dan?

Kees praat veel tegen Bas en Hector. Heb jij ook huisdieren? Praat je weleens tegen ze? Wat vertel je dan zoal? Denk je dat huisdieren ons begrijpen?

Blz. 59. Kees jokt niet tegen de man en vertelt toch ook de waarheid niet. Hoe zit dat? Heb jij weleens zoiets gedaan? Wanneer en Waarom?

Hoofdstuk 10, 11 en 12

Lees hoofdstuk 10 t/m 12 voor. Kopieer de plaat op blz. 74 van het boek. Laat de kinderen erbij opschrijven wat hier aan de hand is.

Hoofdstuk 13, 14 en 15

Lees hoofdstuk 13 t/m 15 voor. Ga met de kinderen in gesprek.

Waar gaat het vooral om in deze hoofdstukken? Zou jij hetzelfde gedaan hebben als Kees? Waarom wel of niet? Hoe denkt Kees achteraf over zijn beslissing om Hector weg te geven? Als je een muziekje mocht uitkiezen dat bij deze hoofdstukken hoort, wat voor soort muziek zou dat dan zijn? Waarom?

Hoofdstuk 16 t/m 18

Lees hoofdstuk 16 t/m 18 voor.

Speel de scène van Kees en de oude mevrouw na (blz. 104 t/m 111). Speel eerst een voorbeeld voor de klas. Laat de kinderen daarna in tweetallen op de scène oefenen.

Hoofdstuk 19 t/m 21

Lees hoofdstuk 19 t/m 21 voor. De mevrouw zegt alleen maar ‘Ja’ op alles. Dat is heel gemakkelijk. Lukt het de kinderen ook om geen ‘Ja’ op vragen te zeggen. Speel het spelletje geen ja (en geen nee) met de kinderen.

Hoofdstuk 22 t/m 24

Lees hoofdstuk 22 t/m 24 voor. Ga met de kinderen in gesprek.

Kees vraagt zich af wat hij met de oude mevrouw zal doen. Wat zou jij doen als je zo’n mevrouw zag? Hoe komt het, denk je, dat de witte mevrouw op de politieboot zo boos doet tegen Kees? Wat zou er met de oude mevrouw aan de hand zijn, denk je?

Hoofdstuk 25 t/m 30

Lees de laatste hoofdstukken voor.

In het boek zitten stukjes waarin Kees zich blij, boos, verdrietig of verliefd voelt. Maar er zijn misschien ook stukjes waarbij jij gevoelens had. Die je zielig vond of waarbij je juist erg moest lachen.

Maak een werkblad met emoji’s die allemaal verschillende gevoelens uitbeelden. Laat bij elke emoji een stukje uit het boek tekenen waarin die emoties tot uiting komen.

%d bloggers liken dit: